Enzymen zijn eiwitten die reacties bevorderen. Dit zijn afbraakreacties (= katabolisme) en opbouwreacties (= anabolisme).
Enzymen zijn eigenlijk diegene die voedingsbestanddelen omzetten in voedingsstoffen. Zij zijn eigenlijk diegene die verteren in ons lichaam.
Werking De werking van enzymen is zeer specifiek: elk enzyme werkt kan maar 1 bepaald voedingsbestanddeel afbreken. Dit voedingsbestanddeel noemen we een substraat. Men kan een enzym vergelijken met een sleutel in een slot: de sleutel kan maar 1 deur openmaken.
De werking van een enzym is ook afhankelijk van de temperatuur: wanneer de temperatuur verhoogt of verlaagt gaat zijn werking afnemen en gaat deze van vorm veranderen, waardoor ze niet langer op het substraat werken. Dit proces noemen we denaturatie, waardoor het enzym inactief wordt.
Een derde punt waar de werking van een enzyme van afhangt is de zuurtegraad (gemeten in pH). De enzymactiviteit neemt toe of af naarmate de zuurtegraad hoger of lager wordt. Zo werkt pepsine in de maag het beste bij een pH van 3, terwijl trypsine, het enzym in de twaalfvingerige darm, het meeste activiteit vertoont bij 8 pH.