Bloedsomloop
Het hart
Het hart is een holle spier die vier holten omsluit. Het werkt als een zuigerpomp. Daarbij functioneert elke helft als een zelfstandige eenheid, die synchroon werkt met de andere helft; je kunt het hart beschouwen als een dubbele pomp met een dubbele bloedsomloop.
Anatomie van het hart
- Rechterboezem
Hier komen de holle aders toe die zuurstofarm bloed aanvoeren vanuit het hele lichaam. Door het samentrekken van de rechterboezem komt het bloed via de hartklop in de rechterkamer terecht.
- Rechterkamer
Als de rechterkamer samentrekt wordt het bloed via de longslagader naar de longen gestuurd. De slagaderklep (ook de drie halvemaanvormige kleppen genoemd), die maar in enkel 1 richting werkt, belet dat het bloed naar het hart terugstroomt. In de longen gebeurt de gasuitwisseling: afgifte van koolstofdioxide en opname van zuurstof.
- Linkerboezem
Hier komt de longader toe met zuurstofrijk bloed uit de longen. Als de linkerboezem samentrekt wordt het bloed via de hartklep naar de linkerkamer gevoerd.
- Linkerkamer
Bij samentrekken van de linkerkamer (merk de dikke spierwand op!) wordt het bloed met grote kracht in de aorta gestuwd. De slagaderklep tussen het hart en de aorta belet dat het bloed terugstroomt.
Bloedsomlopen
Onze bloedsomloop is dubbel en gesloten. Hij vertoont twee lussen of omlopen: van het hart naar de longen en terug en van het hart naar de ander organen van het lichaam en terug. De eerste lust wordt de kleine bloedsomloop of longbloedsomloop genoemd, de tweede de grote bloedsomloop of lichaamsbloedsomloop. Daarin zijn er naast "serieschakelingen" veel "parallelschakelingen" aanwezig. Een deel van het zuurstofrijke bloed uit de grote bloedsomloop gaat via de darmslagader naar de darm. Daar neemt het bloed voedingsstoffen op en transporteert die via de poortader naar de lever. Via de leverader komt het bloed daarna in de onderste holle ader terecht.
Het bloed
Totale bloedhoeveelheid: 8% van lichaamsgewicht. Een persoon van 70 kg heeft dus ongeveer 5,6 liter bloed.
Verder bestaat het bloed uit:
- Bloedplasma (55%)
Het plasma bevat naast 90% water ook een groot aantal opgeloste stoffen, zoals eiwitten, vetten, glucose en mineralen.
- Rode bloedcellen (5 miljoen/mm3)
Hemoglobine bestaat uit vier subeenheden. Elke subeenheid bestaat uit een proteïneketen (het globine-deel) en een ijzerhoudende heem-group. Het is deze ijzerhoudende staart die gemakkelijk met zuurstof reageert. Op die manier wordt oxyhemoglobine gevormd.
- Witte bloedcellen (6000 tot 8000/mm3)
- Ze verdedigen het lichaam tegen vreemde stoffen en ziekteverwekkende micro-organismen (zoals bacteriën, schimmels, virussen, parasieten)
- Ze ruimen afgestorven cellen op.
- Bloedplaatjes (300 000/mm3)
- Het zijn de kleinste bloedlichaampjes.
- Ze spelen een belangrijke rol bij de bloedstolling.
Hier komen de holle aders toe die zuurstofarm bloed aanvoeren vanuit het hele lichaam. Door het samentrekken van de rechterboezem komt het bloed via de hartklop in de rechterkamer terecht.
Als de rechterkamer samentrekt wordt het bloed via de longslagader naar de longen gestuurd. De slagaderklep (ook de drie halvemaanvormige kleppen genoemd), die maar in enkel 1 richting werkt, belet dat het bloed naar het hart terugstroomt. In de longen gebeurt de gasuitwisseling: afgifte van koolstofdioxide en opname van zuurstof.
Hier komt de longader toe met zuurstofrijk bloed uit de longen. Als de linkerboezem samentrekt wordt het bloed via de hartklep naar de linkerkamer gevoerd.
Bij samentrekken van de linkerkamer (merk de dikke spierwand op!) wordt het bloed met grote kracht in de aorta gestuwd. De slagaderklep tussen het hart en de aorta belet dat het bloed terugstroomt.
Het plasma bevat naast 90% water ook een groot aantal opgeloste stoffen, zoals eiwitten, vetten, glucose en mineralen.
Hemoglobine bestaat uit vier subeenheden. Elke subeenheid bestaat uit een proteïneketen (het globine-deel) en een ijzerhoudende heem-group. Het is deze ijzerhoudende staart die gemakkelijk met zuurstof reageert. Op die manier wordt oxyhemoglobine gevormd.
- Ze verdedigen het lichaam tegen vreemde stoffen en ziekteverwekkende micro-organismen (zoals bacteriën, schimmels, virussen, parasieten)
- Ze ruimen afgestorven cellen op.
- Het zijn de kleinste bloedlichaampjes.
- Ze spelen een belangrijke rol bij de bloedstolling.