Tijgeritorium

Aders, Slagaders & haarvaten

Slagaders
  • Voeren het bloed weg van het hart.
  • Kloppen op het ritme van het hart.
  • Zijn nauw en hebben een dikke, gespierde, elastische wand.
  • Het bloed stroomt er snel en pulserend.
  • Bij verwondingen gulpt het bloed er uit.
  • bezitten geen kleppen, behalve bij het hart. Dit zijn de drie halvemaanvormige kleppen.

Haarvaten
  • Verdelen het bloed in de weefsels.
  • Kloppen niet.
  • Zijn erg dun en hebben een halfdoorlatende wand.
  • Het bloed stroomt er traag en pulserend.
  • Bij verwondingen sijpelt het bloed er heel traag uit.
  • Bezitten geen kleppen.

Aders
  • Voeren het bloed naar het hart toe.
  • Kloppen niet.
  • Zijn breder dan slagaders en hebben een dunne, minder elastische wand.
  • Het bloed stroomt er traag maar constant.
  • Bij verwonding loopt het bloed er gelijkmatig uit.
  • Bezitten kleppen.

indexNederlandsEnglish